JEE

        DURA  LEX

       JURIDISCH ADMINISTRATIEF RECHT

Artikel 4.6.2 Beschermde planten; hout sprokkelen

 

 

 

 

 

1.       Het college is bevoegd:
a.
  plaatsen aan te wijzen waar het ter bescherming van het natuur-, landschaps-
     of dorps-/stadsschoon verboden is daarbij aangeduide bloemen of planten te
     plukken of bij zich te hebben;
b.
  bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen waar het om redenen van
     milieubeheer verboden is hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.

2.   Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste lid, aangewezen plaats:
a.
  
de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken, bij zich te hebben dan wel
b.
  hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.

3.   Het in dit artikel bepaalde geldt niet:
a.
  ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse
      verkregen dan wel van elders afkomstige bloemen of planten of hout;
b.
   indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van
      normale onderhoudswerkzaamheden;
c.
   voorzover de Natuurbeschermingswet van toepassing is.

4.   Het in het tweede lid, aanhef en onder b, bepaalde geldt voorts niet:
a.
   ten aanzien van hout dat afkomstig is van houtopstanden waarop het in de
      Bodemverordening gestelde verbod niet van toepassing is;
b.
   ten aanzien van hout dat moet worden verwijderd krachtens een verordening van
      het Bosschap.

5.   Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

6.   Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend dood hout.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toelichting

In dit artikel wordt aan burgmeester en wethouders de bevoegdheid gegeven plaatsen aan te wijzen waar het plukken en bij zich hebben van bepaalde bloemen en planten is verboden. Het verbod geldt slechts voor de door het college aangewezen bloemen en planten (in de door hen aangewezen gedeelten van de gemeente). Bij vervoer van bedoelde planten of bloemen in zulk een gebied kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden aangenomen, dat deze uit dat gebied afkomstig zijn.
Verder wordt in dit artikel aan het college de bevoegdheid verleend (gedeelten van) bos- en natuurgebieden aan te wijzen, waar het sprokkelen van hout niet is toegestaan. Het sprokkelen van hout is de laatste jaren sterk toegenomen, vooral na de opkomst van open haarden en de terugkeer van kachels. Een economische achtergrond heeft het verschijnsel ook, namelijk die van de omhooggevlogen houtprijzen.
Dood en verterend hout is een onmisbare milieucomponent in een biologisch gezond bos. Het is van belang voor de optimale ontwikkeling van de bodem, flora, fauna en vegetatiestructuur. De individuele sprokkelaar van hout doet echter afbreuk aan de ontwikkeling van het bos.
Sprokkelaars zoeken het liefst hout in loofbossen (naaldhout brandt minder goed). Meestal zijn dit de bossen met de grootste natuurwaarde en het best bewaarde inheemse karakter
De werking van een sprokkelverbod moet uiteraard niet worden overschat. Juist waar het de bescherming van natuur en milieu betreft, gaat het vaak om moeilijk waarneembare overtredingen. De reguliere politie komt nauwelijks toe aan regelmatig, laat staan intensief toezicht op het bos.
De nadruk zal daarom toch behoren te liggen op voorlichting over het belang van dood hout voor het bos.
In artikel 314 van het Wetboek van Strafrecht wordt het wegnemen van aan een ander toebehorend onbewerkt en niet vervoerd kap- en sprokkelhout ‘met het oogmerk om zich die voorwerpen wederrechtelijk toe te eigenen’ als stroperij strafbaar gesteld. Bewijs van overtreding hiervan is echter moeilijk te leveren. Bovendien heeft deze strafbepaling een ander motief dan de in artikel 4.6.2 opgenomen bepaling.